Barbara Hand Clow
Barbara Hand Clow schrijft zelf in
Oog van de Centaur:
‘Voor mijn zesde levensjaar had ik sterke en steeds terugkerende
herinneringen aan andere tijden en plaatsen. Ik begrijp nu dat deze
herinneringen uit eerdere levens stamden. Het resultaat van deze
krachtige gevoelens als kind was echter dat ik grote moeite had
om met de werkelijkheid om te gaan. Toch is het huidige leven het
enige dat er werkelijk toe doet. Ik wist vrij zeker dat, wat er
ook aan de hand was, het niet aan mijn ouders lag, dat het te maken
had met iets diep in mijzelf. Maar de hardnekkige stemmetjes van
mijn geheugen zorgden ervoor dat ik meer op die stemmen was afgestemd
dan op de echte mensen om mij heen. Ik had veelvuldig déjà-vu’s,
het gevoel alsof ik al eens eerder op een bepaalde plaats was geweest,
maar dat is niet waar het hier om gaat. Het was de kracht en de
drang van de innerlijke stemmen die me ertoe aanzette om iets te
onder-nemen. Toen ik de veertig naderde, werd ik bang dat deze stemmen
me zouden verbrijzelen. Ik vreesde psychologische chaos. Dus nam
ik het besluit om de stemmen te leren kennen en ze te vragen me
te vertellen wat ik klaarblijkelijk moest horen.
Het doen van de regressies was niet altijd prettig en het was nooit
gemakkelijk. Het was geen bevrediging van loze nieuwsgierigheid.
Mijn ego werd niet opgekrikt toen ik een paar le-vens tegenkwam
die als ‘beroemd’ getypeerd kunnen worden. De ontmoeting
met die personages heeft eerder opgeleverd dat ik enkele zeer kritische
vragen ben gaan stellen over mijn eigen weg in dit leven. ··· 2
|